Zelf een shirt bedrukken: wat kan er thuis?
Zelf een shirt bedrukken kan prima thuis, maar welke methode je kiest bepaalt of je er over een jaar nog blij mee bent. Er zijn drie routes die zonder dure apparatuur werken, en ze verschillen flink in wat ze kosten, hoeveel werk het is en hoe lang het meegaat. Hieronder staan ze naast elkaar, zonder mooier verhaal dan het is.
Route 1: transferpapier uit je eigen printer
De goedkoopste manier: een pak transferpapier, je eigen printer en een strijkijzer. Je print je ontwerp in spiegelbeeld, knipt het uit en strijkt het op het shirt.
Werkt goed voor: één shirt voor een feestje, een grap, iets wat niet lang hoeft mee te gaan.
Loopt vast op: donkere stof (daar heb je papier met een witte achtergrondlaag voor nodig, dat je dan heel precies moet uitknippen), stevigheid (je voelt de print als een laagje op de stof) en wasbestendigheid (thuisinkt verbleekt meestal binnen vijf tot tien wasbeurten).
Nodig: printer, het juiste papier voor jouw printertype, strijkijzer, schaar. Meer hierover staat in ons artikel over transferpapier voor textiel.
Route 2: flexfolie of strijkletters
Bij deze route gebruik je geen inkt maar folie: één egale kleur die wordt uitgesneden en opgestreken. Kant-en-klare strijkletters koop je per letter of per set.
Werkt goed voor: namen, rugnummers, korte teksten, één of twee kleuren. Blijft jarenlang goed, ook op donkere stof.
Loopt vast op: alles wat meer is dan vlakke kleuren. Een foto kan niet, een verloop kan niet, en bij drie of meer kleuren moet je lagen over elkaar leggen — dat wordt dik en kwetsbaar.
Nodig: losse letters of een vel folie met een snijplotter, geduld bij het weghalen van overtollig materiaal, en een strijkijzer.
Route 3: een kant-en-klare DTF-transfer
Hier laat je het drukwerk doen, maar breng je het zelf aan. Je bestelt een losse DTF-transfer met jouw ontwerp erop, en die strijk je thuis op het kledingstuk.
Werkt goed voor: vrijwel alles. Fotos, verlopen, onbeperkt veel kleuren, fijne details — en omdat er een witte onderlaag onder zit, komt het ook op een zwart shirt kloppend over. Er blijft geen vel of rand omheen staan.
Loopt vast op: niets bijzonders, behalve dat je wel moet kunnen strijken met druk. Een heatpress is gelijkmatiger, maar een goed strijkijzer volstaat.
Nodig: de transfer, een strijkijzer of heatpress, en een harde ondergrond. De werkwijze staat in onze handleiding: voorverwarmen, 15 tot 20 seconden stevig drukken op 160 graden, 10 seconden laten afkoelen en de folie eraf trekken.
De vijf fouten die thuis het vaakst gemaakt worden
- Niet spiegelen. Bij transferpapier en folie moet je ontwerp in spiegelbeeld, anders staat je tekst achterstevoren. Bij een DTF-transfer hoeft dat niet.
- Op een zachte strijkplank werken. Je hebt druk nodig, en die verdwijnt in het schuim. Leg een plank of een dikke handdoek op tafel.
- Het strijkijzer heen en weer bewegen. Stilhouden en duwen. Bewegen geeft ongelijke hechting en kan de print verschuiven.
- Stoom aan laten staan. Vocht is precies wat je niet wil. Stoom uit, en het kledingstuk eerst even voorstrijken om vocht eruit te halen.
- Te snel wassen of te heet. Laat het shirt een dag liggen voordat je hem wast, en was daarna binnenstebuiten op 30 graden.
Wanneer is zelf doen niet de moeite?
Zelf bedrukken is leuk en goedkoop als je het kledingstuk al hebt liggen en het om één of twee stuks gaat. Maar reken even mee: koop je een nieuw shirt plus transferpapier plus de tijd om het uit te knippen en op te strijken, dan zit je al snel in de buurt van een kant-en-klaar bedrukt shirt — zonder het risico dat het scheef zit.
Moet je er meer dan een paar hebben, of moet het er netjes uitzien voor een team, een bedrijf of een cadeau, dan is het logischer om het hele kledingstuk te laten bedrukken. Je maakt het ontwerp zelf, je ziet het voorbeeld voordat je bestelt, er is geen minimum en het ligt meestal binnen drie werkdagen op de mat.
Veelgestelde vragen over zelf een shirt bedrukken
Kan ik met een gewone printer een shirt bedrukken?
Niet rechtstreeks. Je print op transferpapier en strijkt dat over. Een printer die direct op textiel drukt is een heel ander (en duur) apparaat.
Wat is de goedkoopste manier om één shirt te bedrukken?
Transferpapier, als je al een printer en een shirt hebt. Houd er rekening mee dat het resultaat minder lang meegaat.
Wat gaat het langst mee?
Flexfolie en DTF gaan allebei jaren mee. Transferpapier uit een thuisprinter niet.
Kan ik op een zwart shirt drukken?
Met speciaal papier voor donkere stof, met flexfolie, of met een DTF-transfer. Gewoon transferpapier voor lichte stof werkt niet: wit wordt dan simpelweg niet gedrukt.